Denken

Denken

“Daar ga ik eens goed over nadenken.” Een zin die we dagelijks horen en waarschijnlijk gebruik jij die uitspraak ook met regelmaat. Niks mis mee.

De uitspraak impliceert dat ik ‘nadenken’ kan aanzetten. Het werkwoord ‘gaan’ veronderstelt dat ik iets actief doe. Als dat waar is dan zou het ook zo moeten zijn dat je kunt zeggen; “Ik stop even met nadenken.” Laten we eerlijk zijn, dat is nog niet zo makkelijk, en al helemaal niet als je juist niet wilt nadenken. De ene gedachte is nog niet langsgekomen of de andere is er alweer en het ‘mooie’ en vaak ook het ‘vervelende’ is, je hoeft er niet eens wat voor te doen. Denken, is er vanzelf, je kunt er gewoon op wachten. Zodra je gaat luisteren naar die gedachten, die als wolken langskomen en worden afgewisseld door andere wolken, merk je dat het alle kanten op kan gaan. “Shit, ik moet de was nog doen.”, “Morgen de jongste naar voetbal brengen.”, Die vergadering nog voorbereiden.”, “Er moeten nog de nodige rekeningen worden betaald.”, “Gezellig, vanavond komt Jan met zijn vrouw bij ons eten.”

De gedachten gaan alle kanten op, over allerlei onderwerpen en dan ook nog eens over vroeger of over de toekomst. Een gedachte gaat nooit over nu, dit moment. Een gedachte over nu is pas na nu en is eigenlijk een uitspraak over een ervaring of gevoel. “Wat een fijn gesprek is dit.”, “Wat zit hij weer te zeuren.”, “Het regent.”

Denken gebeurt gewoon, daar hoeven we niets voor te doen, het gaat alle kanten op. Soms zitten er gedachten bij die passen waar we mee bezig zijn en soms gaat het nergens over. Wat blijft er dan nog over van denken, wat kan dan een definitie van denken zijn? Voor mij is de definitie: ‘Wachten en hopen dat er een waardevolle gedachte oppopt.’

Dit betekent dat er een ‘ik’ is die wacht en hoopt op een waardevolle gedachte. Ik heb dus gedachten, ze gaan door mij heen, ik ben ze niet.

“My life has been full of terrible misfortunes most of which never happened.” – Michel de Montaigne

“Gebruik toch eens je hersenen!”

Een uitspraak die ik op jonge leeftijd nogal eens te horen kreeg van mijn moeder. Met redelijke zekerheid durf ik te stellen dat ze niet volledig bewust was van de wijsheid in die zin en dat zij er iets anders mee bedoelde, dan ik hier met dit schrijven. Wij zijn het die onze hersenen dienen te gebruiken en niet andersom. Vaak echter is dat laatste wel het geval. Onze hersenen gaan met ons aan de haal. We geloven iedere gedachte, we liggen ’s nachts te malen en kunnen niet in slaap vallen en vaak blijven we als het ware vechten tegen dat ‘kabaal’ in ons hoofd.

Zodra we echter echt snappen dat denken vanzelf gebeurt, dat er soms waardevolle gedachten tussen zitten en dat er veel gedachten voorbij komen die simpelweg niet waar zijn, of voortdurend dezelfde, als een oude grammofoonplaat die is vastgelopen in een groeve, dan kan er iets gebeuren. Op het moment dat we ontspannen in ons denken, ons er niet mee bemoeien en de gedachten kunnen zien voor wat ze zijn, pakketjes energie die een betekenis zouden kunnen hebben, wordt het wat rustiger daarboven. Pas dan kunnen we echt volledig aanwezig zijn in dit moment, pas dan maken we echt contact met de persoon tegenover ons, pas dan krijgen we de beste ingevingen die ons verder helpen. Ik nodig je uit om eens nieuwsgierig en ontspannen te gaan luisteren naar je gedachten, zonder er iets mee te doen of te willen. Wie ben jij zonder al die gedachten? Durf je te ontspannen, te wachten en op deze ingevingen te vertrouwen of wil je daar eens goed over nadenken? Veel plezier.

 ‘Laat je denken voor wat het is, dan blijf jij wie je bent.’ – Rupert Spira

Arno

April ’22

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.